Urine-incontinentie kan vele oorzaken hebben. De risicofactoren zijn:
Wanneer u incontinentieproblemen krijgt kunt u het beste de huisarts consulteren. Informeer de arts over de ziekten die u hebt gehad en over uw toiletgang. De arts wordt zo op de hoogte gesteld van de symptomen en zal enkele testen doen om een diagnose op te stellen. Waarschijnlijk zal de arts eerst een aantal fysieke onderzoeken uitvoeren (urologische en gynaecologische) en de urine controleren. De arts kan vervolgens nog enkele onderzoeken laten uitvoeren bij een specialist, zodat de beste behandeling kan worden aangewend.
| Onderzoek | Toepassing |
| Bloedonderzoek | Onderzoek naar de chemische samenstelling van het bloed in verband met oorzaken van incontinentie. |
| Urine analyse | Onderzoek naar de aanwezigheid van bepaalde stoffen in de urine, zoals proteïnen en sporen van infecties. |
| Cystoscopie | Endoscopie van de blaas via de urinebuis met een cystoscoop. Diagnostische cystoscopie wordt gewoonlijk uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. |
| Residumeting | Onderzoek naar de hoeveelheid achtergebleven urine in de blaas met een katheter of echografie. De test wordt gedaan na het urineren. |
| Stress onderzoek | Onderzoek naar ongewild urineverlies tijdens het hoesten. |
| Urodynamisch onderzoek | Onderzoek naar de druk in de blaas, zowel vol als leeg, naar de blaascapaciteit en naar de kracht van de urinestraal. |
| Cystogram | Röntgenfoto's van de blaas. Via een katheter wordt de blaas met een speciale vloeistof gevuld. Een serie röntgenfoto's maakt de urinewegen en eventuele afwijkingen zichtbaar. |